Over de Grunobuurt

 

De Grunobuurt in Groningen ligt ingeklemd tussen het Noord-Willemskanaal, de Zuidelijke Ringweg, de Paterswoldseweg en het spoor van het hoofdstation van Groningen naar Leeuwarden. De Grunobuurt wordt door de Parkweg in tweeën gedeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel.

Snelmenu
De wijk nu
Het ontstaan van de buurt
Geschiedenis van de Grunobuurt
Straatnamen in onze buurt

De wijk nu

In het noordelijke deel van de Grunobuurt, tussen Parkweg en het spoor, is woningbouwcorporatie Nijestee momenteel bezig met wijkvernieuwing. De oude woningen hebben plaatsgemaakt voor de appartementencomplexen Traverse, Statie en Typhoon. Aan de Paterswoldseweg en aan de Stephensonstraat staan nog de oude woningen. De plannen om die woningen ook te vervangen door nieuwbouw staan vanwege de economische crisis voorlopig in de ijskast.

De bebouwing van het Zuidelijke deel stamt uit de jaren 20/30 (Parkweg, Lorentzstraat, van der Waalstraat, de Vensterschool en het Buurthuis) en uit de jaren 50/60 (Snelliusstraat, Huygensstraat, Muntinglaan en van Leeuwenhoekstraat) van de vorige eeuw. Tot de jaren 50 was dit gedeelte nog weiland en een bedrijventerrein.
 
Zowel de levendigheid van het centrum als de groene omgeving van het Stadspark zijn gemakkelijk bereikbaar. Door de unieke ligging vlakbij het Centraal Station en de vele uitvalswegen (Julianaplein en Vrijheidsplein), is de wijk met de auto en met het Openbaar Vervoer prima te bereiken. Het Stadspark ligt op loopafstand, evenals MartiniPlaza en het centrum van Groningen met alle winkels en het uitgaansleven.
 
De Grunobuurt maakt deel uit van de Stadsparkwijk (bestaande uit Laanhuizen en de Grunobuurt). Deze wijken grenzen aan het Stadspark en zijn gelegen ten zuiden van de spoorlijn Groningen – Leeuwarden en ten westen van het Noord-Willemskanaal.
De straatnamen in het zuidelijk deel van de van Grunobuurt zijn genoemd naar natuurkundigen zoals Hendrik A. Lorentz, Cristiaan Huygens, Heike Kamerlingh Onnes en Antony van Leeuwenhoek. De meeste van hen zijn ook Nobelprijswinnaars.
 
In de Grunobuurt wonen 2210 mensen, verdeeld over 1.285 woonadressen (bron: Funda/CBS 2012)
 
Het grootste gedeelte van de wijk bestaat uit koopwoningen die verenigd zijn in verschillende Verenigingen van Eigenaren (VvE). Daarnaast heeft Woningstichting Patrimonium er een aantal huurwoningen, met name in de Lorentzstraat, Kamerlingh Onnes en Snelliusstraat. Nijestee bouwt op dit moment nieuwe woningen in het noordelijke deel van de Grunobuurt. Bij Wonen is meer informatie te vinden over de twee woningstichtingen evenals over de huurdersvereniging van Patrimonium en de VvE's.


Het ontstaan van de buurt

Op sommige oude kaarten van Groningen is het land waarop de Grunobuurt later gebouwd zal worden te zien. Het ligt onder de rook van de stad, aan de zuidoostkant. Ingeklemd tussen een lage dijk met daarop een zandweg en een uitloper van de Drentse Aa. Nat boerenland dat voornamelijk gebruikt voor het weiden van vee en om te hooien. Eeuwenlang is er geen bebouwing van betekenis op een lint van boerderijen en enkele huisjes of een molen na. Dit verandert vanaf de tweede helft van de 19e eeuw met de aanleg van het Noord-Willemskanaal en de komst van de spoorlijn naar Leeuwarden in 1866. Ook wordt in die tijd de oude weg richting Eelde en Paterswolde verbeterd. Er vestigen zich aan het water en langs het spoor diverse bedrijven, werfjes en een timmerfabriek. Rond 1904 begint tabaksfabriek Th. Niemeijer met zijn activiteiten aan het spoor. In 1916 vestigt zich aan de zuidzijde van het spoor de ‘Nederlandsche Electrische Lakfabriek’. De NELF verlaat in 2001 onze wijk waarna haar gebouwen gesloopt worden om onder andere plaats te maken voor een nieuwe busbaan. De meeste andere bedrijven hebben echter begin jaren ’50 al plaats gemaakt voor woningbouw.

In de periode 1912-‘22 wordt het eerste deel van het Stadspark aangelegd. Het park wordt nog altijd door veel Groningers gebruikt als plek voor ontspanning, sport en recreatie. Het beeldbepalende schoolgebouw aan Parkweg stamt uit 1927. Eén van de mooiste voorbeelden van Amsterdamse Schoolarchitectuur in de stad en een rijksmonument.

Er zijn drie belangrijke bouwperiodes voor de woningbouw in de Grunobuurt. De eerste loopt van 1922 tot eind jaren ‘30. Het gaat dan om ruwweg het noordelijke stuk van de buurt vanaf het spoor tot de straten direct aan de zuidzijde van de Parkweg. Rond de oorlogsjaren stopt men met bouwen om vervolgens in het begin van de jaren ’50 de draad weer op te pakken. Met de aanleg van de Weg der Verenigde Naties (zuidelijke ringweg) krijgt de wijk eind jaren ‘60 zijn huidige contouren.

De derde grote bouwperiode vindt op dit moment plaats in het kader van wijkvernieuwing. Vanaf 2007 is woningbouwcorporatie Nijestee begonnen met grootschalige sloop en nieuwbouw in het noordelijk deel van de wijk, tussen het spoor en de noordzijde van de Parkweg.

Veel van deze en de verder vermelde informatie komt van diverse bronnen op het internet. Daarnaast is gebruik gemaakt van het boek ‘Rond Peizer- en Paterswoldseweg’ van Beno Hofman en de ‘Architectuurgids Grunobuurt’ van Platform GRAS. Aanraders!


Geschiedenis van de Grunobuurt

Oudste geschiedenis

Groningen ligt op een uitloper van de Hondsrug en wordt al heel lang bewoond. De oudste archeologische vondsten zijn gedateerd op ca 4000 – 3500 v. Chr.

Vanaf de derde eeuw is er in elk geval sprake van onafgebroken bewoning. De nederzetting ontwikkelt zich van een esdorp tot een belangrijk handelscentrum, mede door zijn strategische ligging. Op de grens van Friesland en Drenthe, door zijn hogere ligging veilig voor overstromingen. En met toegang tot de vruchtbare kleigronden, de ‘Ommelanden’. De zee ligt vlakbij. Door de afstand van in die tijd belangrijke bestuurscentra als Utrecht en Münster heeft men meestal weinig last van directe bemoeienis door machthebbers.

De oudst bekende schriftelijke vermelding van Groningen als stad, ‘Villa Cruoninga’ dateert van een keizerlijke brief uit het jaar 1040. Oorsprong en betekenis van de naam Groningen en de oudere variant Groeningen zijn niet helemaal zeker. Er bestaan verhalen over een zekere Gruno die de stad gesticht zou hebben. Vergelijkbaar met Friso als stamvader van de Friezen – Gruno zou overigens een kleinzoon van Friso zijn. Waarschijnlijk is dit een mythe die uit de tijd van de renaissance stamt. Meer voor de hand liggend is dat de naam Groningen ‘Groene velde(n)’ betekent. Cruon lijkt afgeleid van de kleur groen en inge of inga is een oude Nederlandse term voor open veld.

Kaart Groeninga Atlas Van Loon 1649Op sommige oude kaarten van Groningen is het land waarop de Grunobuurt later gebouwd zal worden te zien. Het ligt onder de rook van de stad, aan de zuidoostkant. Eeuwenlang is er geen bebouwing van betekenis op een lint van enkele boerderijen en huisjes na. Dit buurtschap wordt ‘Laanse Huisen’ genoemd en ligt op de plek van de huidige wijk Laanhuizen, aan de westzijde van de Paterswoldseweg. Deze weg loopt deels over de voormalige Hoornschedijk, een lage dijk die in die tijd bescherming biedt tegen het periodiek overstromende Hoornschediep. Van het oude buurtschapje is overigens niets meer terug te vinden, de laatste boerderij werd in 1958 gesloopt.

De plek waar ooit de Grunobuurt gebouwd zal worden is weinig meer dan een strook weidegrond en hooiland voor het vee. Ingeklemd tussen de Hoornschedijk en het Hoornschediep, een oude, deels vergraven benedenloop van de Drentse Aa. Verwijzingen naar de Aa kom je in de stad nog op allerlei plaatsen tegen.

Hoorn of horn verwijst naar een in het water uitstekend stuk land of een hoek bij een dijk. De Hoornsedijk (of Hoornseweg) komt lange tijd op deze plek uit. Ergens in de 15e eeuw wordt ‘up den Horn’ door de nonnen van het Asser klooster Maria in Campis een klein vrouwenklooster gesticht, aan de rand van een veenontginningsgebied (voor brandstof). Het klooster lag ongeveer bij wat tegenwoordig de Damsport heet, in de huidige wijk Hoornse Meer. Het klooster Maria ten Hoorn raakt niet welvarend en wordt rond 1580 alweer gesloten. Wel ontstaat hieruit het buurtschap Hooren of Den Hoorn. Corpus of ‘lichaam’ staat voor land dat een klooster in gebruik had. De tegenwoordige stadswijk Corpus den Hoorn ligt ten zuiden van de Grunobuurt.

Een andere tijd

Met de aanleg van het Noord-Willemskanaal van 1857-‘61 worden grote delen van het Hoornsediep en de Drentse Aa vergraven, ook het stuk dat langs de huidige Grunobuurt loopt wordt verder gekanaliseerd. Over land wordt in 1862 een nieuwe kortere verbinding tussen Groningen, Eelde en Paterswolde aangelegd. Het eerste deel van het traject vanaf de stad, de Eelder(straat)weg, loopt deels over de oude Hoornsedijk. Pas in 1928 wordt de Eelderstraatweg hernoemd als de Paterswoldseweg. In het begin wordt de weg voornamelijk gebruikt voor agrarisch verkeer maar al spoedig wordt het een belangrijke in- en uitvalsweg voor de stad, inclusief lijndiensten per koets en vanaf 1896 met een paardentram.

Het aantal inwoners van de stad groeit sterk en de komst van de spoorwegen in 1866 trekt veel bedrijvigheid en werkgelegenheid aan. In 1874 wordt het door de ‘vestingwet’ officieel mogelijk buiten de verdedigingswerken te bouwen. Dat is tegen die tijd hard nodig want door verbeterde levensomstandigheden groeit de bevolking. Een toenemende bedrijvigheid zorgt voor de komst van steeds meer mensen van buiten de stad. De oude stad raakt overbevolkt en breidt zich eind 18e, begin 19e eeuw steeds verder uit.

De maagd van Groningen Otto Eerelman 1920

Ook de spoorwegambtenaren en hun families hebben meer en betere woningen nodig en in 1919 wordt door het spoorwegpersoneel woningbouwvereniging Gruno opgericht, naar de veronderstelde stichter van Groningen. De eerste nieuwbouw vindt plaats in de Zeeheldenbuurt maar in 1920 wordt er door de jonge vereniging aan de zuidkant van de stad achter het spoor een groot terrein aangekocht.

Er staan tegen die tijd aan deze kant van de stad direct achter het spoor aan de oostzijde van de Eelderstraatweg of Paterswoldseweg reeds enkele huisjes. Deze oudste nog bestaande huisjes van de Grunobuurt stammen waarschijnlijk uit het begin van de 20e eeuw. Ook ligt er dan al aan het spoor een klein bedrijventerrein met o.a. de in 1916 gebouwde Nederlandsche Electrische Lakfabriek beter bekend als de NELF, een margarinefabriek en later een bloemenveiling en een schippersbeurs (bevrachtingkantoor voor binnenscheepvaart).

Een eind verderop ligt tussen de weilanden een zijweggetje van de Eelderstraatweg/Paterswoldseweg naar het Noord-Willemskanaal. Deze zandweg met een paar kleine huisjes en bedrijfjes gaat later de Parkweg worden.

Aan het water in de huidige zuidkant van de wijk staan een houtzagerij en timmerfabriek. Nog verder van de stad af, ongeveer op de plaats van de huidige Weg der Verenigde Naties (zuidelijke ringweg) zijn twee scheepswerfjes gevestigd. Daar in de buurt staat ook vanaf eind 18e, begin 19e eeuw een oude paltrokmolen, Zaagmolen De Haan, die helaas in 1925 afgebroken wordt.

De eerste jaren

Voor de nieuwbouw wordt door woningbouwvereniging Gruno het architectenduo Kazemier en Tonkens in de arm genomen. Zij ontwerpen de buurt als een zogenaamd ‘tuindorp’, een besloten maar ruim opgezette buurt met veel groen. De bouwstijl van de woningen is geïnspireerd op de populaire Amsterdamse School. Ondanks het lage budget zijn de huizen voorzien van bijzonder metselwerk, subtiele versieringen en soms mooi ontworpen pannendaken. De huizenblokken worden opgezet als schijnbaar één geheel maar bijna geen huis is gelijk. Ieder blok heeft zijn unieke stijlelementen. In de periode 1922-1929 wordt er volop gebouwd. Na de Stephensonstraat volgen er complexen aan Hoornsediep, Paterswoldseweg, Grunostraat, Westinghousestraat en James Wattstraat.

‘’n Mooi blok hoezen’ wordt er geschreven in het Groninger Dagblad van die tijd. ‘En wat netjes almoal. En wat een mooie stee! Eerste stand, stoef bie ’t Stadspark. Loat dat spoorvolk moar loopen, dei waiten wel , wat ze doun. Zai zitten d’r moar ais wat fain’.

Omdat er in de nieuwe Grunobuurt veel spoormensen komen te wonen besluit de gemeente aan de straten namen te verbinden van bekende figuren op het gebied van het spoorwegwezen. Overigens woont er in de kinderrijke buurt niet alleen ‘spoorvolk’ maar leven er ook andere mensen uit de middenklasse, o.a. postbeambten en veel kleine middenstanders. Vooral in de voorkamers van hoekpanden vestigen zich kleine zaakjes. Het wordt een levendige buurt met een rijk verenigingsleven. Aan de Grunostraat zijn een kantoor van de woningbouwvereniging (met een kleine dependance van de openbare bibliotheek) en een werkplaats gevestigd.

In de periode 1912-‘22 wordt het eerste deel van het Stadspark aangelegd. De directeur Gemeentewerken Jan Anthony Mulock Houwer, grootindustrieel Jan Evert Scholten en oogarts Jan Abraham Schutter staan aan de basis van het park. De vermaarde tuinarchitect Leonard Springer maakt het ontwerp met de kenmerkende hoofdas. Bij de aanleg wordt veel gebruik gemaakt van werklozen en armen in het kader van de ‘Werkverschaffing’. Het geheel wordt ruim opgezet en er zijn grote waterpartijen. De bestaande ijsbaan (nu vijver naast het Martini-tradepark) wordt bij het ontwerp ingepast. Verder biedt het park o.a. plaats aan een draf- en renbaan, sport- en speelterreinen, een camping en volkstuinen. De Parkweg wordt in 1923 aangelegd als verbindingsweg tussen het park en de Hereweg. In mei 1926 vind de officiële opening plaats van het centraal gelegen Stadsparkpaviljoen (tegenwoordig een vestiging van een Chinese restaurantketen). Ter eerbetoon plaatst men in 1931 een monument voor J.E. Scholten op een prominente plek in het park aan de Concourslaan. Het park bruist.

In de vijftiger en zestiger jaren zullen nog enkele uitbreidingen volgen. Door de aanleg van de Westelijke ringweg is het voorpark sinds begin jaren ’70 helaas los komen te liggen van het hoofddeel. Op de Drafbaan verderop in het park worden nog steeds af en toe paardenraces gehouden. Daarnaast wordt het terrein gebruikt voor allerlei evenementen, zoals festiviteiten en concerten. Aan de rand van het park niet ver van de Drafbaan staat sinds 1994 het bijzondere Gasuniegebouw, een mooi voorbeeld van organische architectuur. Het Stadspark biedt op dit ogenblik o.a. ruimte aan een kinderboerderij en diverse sport- en speelvoorzieningen. Tegenwoordig is het een gemeentelijk monument en heeft voor de stad een grote ecologische waarde. Het is voor veel mensen een ontmoetingsplek. Nog altijd wordt nog het park door menig Stadjer gebruikt voor recreatie en ontspanning.

Begin 1928 volgt de in opdracht van de ‘Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen voor Lager Onderwijs op Gereformeerde Grondslag te Groningen’ gebouwde school aan de Lorentzstraat. Deze school staat pal achter de openbare school aan de Parkweg, wat regelmatig voor enige rivaliteit zorgt. De Gereformeerde School wordt in de jaren vijftig omgedoopt tot de Parkschool. Door steeds verdere terugloop van het aantal kinderen in de wijk verhuist de school in 1998 waarna het gebouw het Buurthuis Stadspark wordt. Tegenwoordig zijn het buurthuis en de achterliggende vensterschool door nieuwbouw met elkaar verbonden en is er de nodige samenwerking.

Rond 1933-’34 worden er aan de noordkant nog twee blokken voor particuliere woningbouw opgericht. De Parkweg wordt in 1935 alweer verbreedt en krijgt een nieuw wegdek. De oude brug wordt in 1938 vervangen door een door Bouma ontworpen bredere bascule brug, de huidige Parkbrug. Ondanks de naweeën van de economische crisis van de jaren dertig wordt de Parkweg samen met de andere nog overgebleven kavels in 1937-‘38 aan weerszijden volgebouwd. Er zijn in die jaren meerdere particuliere ontwikkelaars actief in Grunobuurt: Boekhoudt, Bijlefeld, Dieters, Van Dijk, Geveke, Kwant en Rots.

Het zuiden van de buurt heeft geen banden met woningbouwvereniging Gruno en wordt in het begin gewoon de Stadsparkbuurt genoemd. De straatnamen zijn van belangrijke natuurkundigen. De in 1914 opgerichte Christelijke Woningstichting Patrimonium heeft al enige tijd zijn zinnen gezet op deze kant van de wijk. Ze bouwt in 1936-’37 woningen aan de Lorentzstraat, Snelliusstraat, Kamerlingh Onnesstraat, Van der Waalsstraat en de zuidkant van het Hoornsediep. De complexen worden ontworpen door het architectenkoppel Van Wijk en Broos. De grens van de nieuwbouw komt pal achter Patrimoniums complex aan de Lorentzstraat te liggen, naast de houthandel aan het Hoornsediep met de daarachter gelegen weilanden. Dit zal de komende jaren de stadsgrens blijven, de Tweede Wereldoorlog zorgt voor een bouwstop.

Oorlogsjaren

In 1940 wordt Nederland aangevallen door Duitsland. Een bezetting volgt. Naar mate de oorlog voortgaat wordt er steeds meer door de Duitse bezettingsmacht geconfisqueerd. Het verzet groeit en de represailles nemen toe. Ook in de Grunobuurt worden er mensen weggevoerd en in een aantal gevallen omgebracht vanwege hun Joodse afkomst of vanwege verzetsactiviteiten. In de stad is onder meer de gevreesde Duitse Sicherheitsdienst gevestigd, in het beruchte Scholtenshuis aan de Grote Markt. Bij het Stadspark zijn soldaten van de Duitse Wehrmacht gelegerd. In de loop van de oorlog wordt de school aan de Parkstraat gevorderd als soldatenonderkomen en om er een militair ziekenhuis in te vestigen. De school aan de Lorentzstraat krijgt in een later stadium eveneens een militaire bestemming.

Tegen het eind van de oorlog worden er in het Stadspark en aan de zuidkant van de Grunobuurt door dwangarbeiders loopgraven en antitankgrachten gegraven. Op oude luchtfoto’s uit de oorlogstijd zijn ze duidelijk te zien, voor het grootste deel lopen de verdedigingswerken bovengronds vanwege de hoge grondwaterstand. Veel bomen in het park worden geveld als brandstof. Of als bouwmateriaal voor de verdedigingswerken die overigens van weinig nut blijken aan het eind van de oorlog.

De Spoorstaking van 1944 heeft omdat hier zoveel spoorwegpersoneel woont grote gevolgen in de wijk. Veel bewoners vertrekken om onder te duiken, soms met hele families. De verlaten huizen worden vervolgens betrokken door NSB en SS-gezinnen.

De bevrijding van de stad begint op 13 april 1945. Die middag breken de Canadezen door de antitankmuur, ongeveer ter hoogte van het huidige Overwinningsplein. Aan het begin van de avond bereiken ze de rand van de stad. Net als de voorste Canadese tank de bebouwde kom binnenrijdt word deze getroffen door een Duitse Panzerfaust. De tank ramt een huis aan de hoek Paterswoldseweg – Lorentzstraat en de jonge Canadese soldaat Fred Butterworth komt hierbij om het leven. Hij is de ‘eerste van de ruim 40 gevallen bevrijders van onze stad’, zoals een gedenkplaat aangeeft.

Het Canadese leger ligt een tijdlang zwaar onder vuur door een 4-loops 20mm kanon vanaf de spoorwegovergang bij de Paterswoldseweg. Met zwaar geschut dat bij het Herewegviaduct staat opgesteld worden Parkweg en Parkbrug onder vuur genomen.

De Paterswoldseweg wordt het zwaarst getroffen. De huizen bij de verongelukte Sherman-tank branden uit. Verderop gaat het hoekblok Paterswoldseweg – Stephensonstraat (nu fruit- en aardappelhandel Oudenbosch) volledig verloren. Aan Stadsparkzijde (Laanhuizen) worden in een poging de Flak-vierling bij de spoorwegovergang uit te schakelen enkele huizen aan de Paterswoldseweg vooral door Canadees geschut getroffen. Door met dit Duitse geschut de ramen van bovenverdiepingen van huizen kapot te schieten krijgen de oprukkende Canadezen glasregens over zich heen. Ook het gedeelte tussen Parkweg en de Grunostraat heeft flinke schade, evenals veel bovenverdiepingen van woningen aan de Kamerlingh Onnesstraat die door afzwaaiers van het Duitse geschut bij het Herewegviaduct zwaar beschadigd raken. Er ontstaan brandjes en straatgevechten. Chaos, angst. Her en der liggen in de straten en brandgangen dode en gewonde soldaten. Aan de Westinghousestraat roept een zwaargewonde zestienjarige Duitse soldaat een nacht lang vergeefs om zijn moeder. Hij zal haar nooit meer zien. Op de mensen die het meemaken laten oorlog en bevrijding een onuitwisbare indruk achter. De Grunobuurt moet uiteindelijk huis-aan-huis worden bevrijd.

Er zijn in dit deel van de stad vier dodelijke burgerslachtoffers te betreuren (in Laanhuizen twee), een aantal wat gezien de heftigheid van de gevechten heel erg meevalt. De meeste mensen hebben gelukkig via de achtertuinen weten te ontkomen en zich schuilgehouden op veilige plaatsen. Op 16 april geeft de Duitse bevelhebber in Groningen zich eindelijk over. Bij de Canadezen zijn dan 43 soldaten gesneuveld, aan Duitse zijde 130 doden.

In totaal 106 Stadjers komen om, mannen, vrouwen, kinderen. Een groot aantal gewonden. En er zijn meer dan 5000 Duitse krijgsgevangenen. Nederlanders die met de bezetters hebben gecollaboreerd of hiervan verdacht zijn worden opgepakt en in het openbaar vernederd. Zo’n 270 gebouwen zijn zwaar beschadigd of onherstelbaar verwoest en een belangrijk deel van het historische stadshart staat in brand.

Bevrijding Paterswoldseweg

Uitbreiding in Zuid

Na de bevrijding worden de beschadigde huizen in de wijk zo snel mogelijk hersteld. Een aantal woningen moet men herbouwen.

Ondanks de toegenomen woningnood gaat men pas vanaf 1952 verder bouwen in het zuiden van de buurt. Naast woningstichting Patrimonium zijn ook de particuliere ontwikkelaars Medendorp, Bousema en Knoop & Giezen actief. In de periode tot 1963 wordt er volop gebouwd. Aan het Hoornsediep is eerst nog een grote houthandel gevestigd, samen met een aantal kleinere bedrijven. Ze maken gebruik van een grote loods en een aantal kleinere bijgebouwen. Begin jaren vijftig wordt alles afgebroken om plaats te maken voor de nieuwbouw.

Er worden vooral blokken portiekwoningen en lage portiekflats gebouwd. Toch blijft de bebouwing afwisselend en kleinschalig. Aan het Hoornsediep en een deel van de Paterswoldseweg is er op de benedenverdiepingen ruimte voor winkels en dienstverlenende bedrijven. De meest luxe woningen worden gebouwd op het laatste stuk van de Paterswoldseweg en aan de Muntinglaan. De verkeersdruk is dan nog lang niet zo hoog als tegenwoordig. De lage portiekflats zijn ruim en comfortabel, sommige hebben voor die tijd moderne voorzieningen zoals (op kolen gestookte!) centrale verwarming. Al gauw wordt dit deel van de wijk ‘De Goudkust’ genoemd.

In 1952-’54 verrijzen langs de Van Leeuwenhoekstaat, aan het einde van de Kamerlingh Onnesstraat, Huygensstraat en Snelliusstraat, een aantal grote complexen. De opdrachtgever is Patrimonium en opnieuw is het ontwerp van Van Wijk en Broos. Een bijzonder element zijn de aardewerken afbeeldingen op de zijgevels. Ze zijn afkomstig van de kunstenaar Anno Smith die vooral bekend is geworden door deze zogenaamde bouw- of gevelkeramieken op gevels van naoorlogse woningbouw. Verspreid over de stad zijn er nog veel van dit soort gevelversieringen te vinden en de meeste zijn van Smith.

In diezelfde tijd komt aan de Van Leeuwenhoekstraat nr.44 het kantoor van de woningbouwvereniging zelf te staan. De benedenverdieping wordt voor de veegwagens van de gemeentereiniging ingericht. Boven komt het hoofdkantoor van Patrimonium. In 1973 verdwijnt de veegpost en wordt de ruimte gebruikt als werkplaats van de woningbouwvereniging. Patrimonium blijft hier tot 1981 wanneer het nieuwe hoofdkantoor aan de Peizerweg opgeleverd wordt. Tegenwoordig wordt het gebouw verhuurd aan jonge kunstenaars en zijn er ateliers en een expositieruimte.

Verderop aan de Van Leeuwenhoekstraat komt nog een klein blokje met lage huisjes en, erg modern voor die tijd, enkele garages.

Aan het Hoornsediep, op het terrein van de gesloopte timmerfabriek en houthandel, wordt in 1954-’55 door S. Bos het Automobielbedrijf Stadspark bv gevestigd, ook wel bekend als Garage Bos. Het pand wordt enige jaren na de verhuizing van het bedrijf in 2006-’07 gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Er worden 11 luxe grote stadswoningen gerealiseerd die zijn ontworpen door Oving Architecten. Een van de woningen is afwijkend uitgevoerd om de zorgen voor een goede overgang naar de bestaande bebouwing. Bijzonder is dat de oude half verdiepte stallinggarage gehandhaafd blijft. Hierdoor is bij 4 woningen de benedenverdieping verhoogd aangelegd. De stallinggarage is te bereiken via een poort in aan de Kamerlingh Onnesstraat.

In 1954-’56 worden aan de Snelliusstraat 26-56 een aantal portiekwoningen gerealiseerd. Ze zijn ontworpen door Architectenbureau Kuiler & Drewes voor Th. Medendorp. Het gaaf gebleven gebouw is een goede representant van de ‘vier-op-een-portiek-woning’ van de particuliere woningbouw uit de jaren vijftig. Door zijn architectuurhistorische waarde en esthetische kwaliteiten is het blok een gemeentelijk monument.

In de Huygensstraat wordt in 1955-’56 een door stadsarchitect J.H.M. Wilhelm ontworpen gebouw geplaatst voor de lagere Jan Evers Scholtenschool en kleuterschool De Anjelier. Later gaan deze scholen verder als openbare basisschool De Starter, sinds 1999 onderdeel van Vensterschool Stadspark. Tegenwoordig wordt het pand gebruikt door kindercentrum De Poolster van Stichting Kinderopvang Stad Groningen.

Het gebouw is ontworpen volgens het Groninger Scholentype, een gangloze school waarbij elke klas een aparte eenheid is. Er was ruimte voor vernieuwend onderwijs en de kinderen hebben zelf meegeholpen aan de bouw en de versiering van hun school.

Voor de kunstzinnige aankleding van dit bijzondere gebouw worden beeldend kunstenaar Jan van der Zee en de eerder genoemde keramist Anno Smith ingeschakeld. Die laatste maakt voor de school twee tableaus van geglazuurd aardewerk van een jongen die in de tuin werkt en een meisje die een haan voert.

Het complex is een gemeentelijk monument. Een jaar na voltooiing worden er aan weerszijden van de schoolgebouwen twee losse gebouwtjes geplaatst die een overgang vormen naar de overige woonblokken. Ze worden eerst gebruikt als handenarbeidlokaal en als post van de schoolartsendienst maar tegenwoordig hebben ze een bestemming voor particuliere bewoning en als boeddhistisch meditatiecentrum.

In de jaren 1956-’62 worden aan Snelliusstraat en Paterswoldseweg de Stadsparkkerk (met kosterwoning) en het daarbij aangebouwde bejaardenhuis Nebo gerealiseerd. Beide zijn eveneens gemeentelijke monumenten. Ze zijn door architectenbureau E. Reitsma & Zoon ontworpen in opdracht van de Raad der Gereformeerde Kerk Groningen. De kerk heeft een achthoekige vorm en een groen koperen tentdak. Het interieur en exterieur van de kerk zijn opvallend origineel en bevatten bijzonder mooie details. De Neboflat is in samenspel met de kerk ontworpen en een markant gebouw met typische naoorlogse stijlelementen. Met zijn 8 bouwlagen en zijn ca 24 meter is het geen bijzonder hoge flat. Het Nebo Zorgcentrum is in de loop van 2010 gesloten en de kamers in de flat worden nu verhuurd als appartementen.

De sinds 2012 leegstaande kerk krijgt waarschijnlijk een woonbestemming.

Aan de overzijde van het kantoor van Patrimonium op de hoek Van Leeuwenhoekstraat-Hoornsediep verschijnt in 1959-’62 een telefooncentrale van de PTT. Het gebouw wordt ontworpen door de bekende architect en stedebouwkundige Coen Bekink. De kunstenaar Max Reneman maakt het metalen beeld ‘Communicatie’ voor op het dak van de centrale. Het is een goed voorbeeld van het werk van Reneman waarin vogels een terugkerend thema zijn, vaak in abstracte vorm.

Het Emmaviaduct wordt begin jaren zestig aangelegd. Tot die tijd stroomde het Noord-Willemskanaal oostelijker. Hierdoor bleef er tussen de straat en het water een breed stuk grond over waarop men in het noordelijk deel van de wijk volkstuintjes aanlegde. Het verleggen van het kanaal maakt hier een einde aan. Het gereedkomen van het Emmaviaduct in 1962 betekent ook het definitieve einde van het ‘zwarte weggetje’. Dit was een verbinding tussen Parkweg, Van Hallstraat en Eeldersingel. Het lag langs het Hoornsediep (met tot 1926 een brug over de Spoorweghaven). De naam was naar de gruiskleur van de wegverharding.

Het laatste gebouw dat in het kader van de stadsuitbreiding gereed komt stamt uit 1961-’63. Ten behoeve van de openbare ‘Stichting tot Bevordering van Uitgebreid Technisch Onderwijs’ komt er op de hoek Muntinglaan-Hoornsediep een groot schoolgebouw te staan. De door architect F. Klein ontworpen MTS Sibrandus Stratingh (later Stratingh College) gaat in de jaren negentig op in het Noorderpoortcollege. Aan de zijde van het Hoornsediep is er in 1965 hoog aan de gevel een wandsculptuur geplaatst. Het kleurige reliëf van keramiek is gemaakt door kunstenaar George van der Wagt.

Met de komst van de Weg der Verenigde Naties (zuidelijke ringweg) in 1969 wordt het uitbreidingsplan voor de Grunobuurt afgerond.

Vernieuwing

In 1975 wordt het vooroorlogse deel van de Grunobuurt alweer officieel aangewezen als stadsvernieuwingsgebied.

Men besluit geen woningen te slopen en in 1976 en 1980 worden alle woningen van woningbouwvereniging Gruno gerenoveerd. Ook patrimonium neemt in die jaren haar oude woningen voor verbetering onder handen. De woningen worden zo nodig intern heringedeeld, technisch opgeknapt en voorzieningen als douche en centrale verwarming worden aangebracht. Veel renovaties zijn naar de huidige inzichten niet altijd goed uitgevoerd. Helaas verdwijnen hierdoor veel markante, originele details.

De samenstelling van de buurt verandert in de loop van de jaren sterk. Vroeger woonden grote kinderrijke gezinnen in woningen waar nu mensen alleen of met zijn tweeën wonen. Een ontwikkeling die je in meer stadswijken ziet. Veel families en meer vermogende buurtgenoten trekken weg omdat ze elders meer en betere mogelijkheden zien. De leef- en woonomgeving verandert en huizen verouderen.

Zo’n 20 jaar na hun renovatie worden de woningen in het noorden van de Grunobuurt door Nijestee (waarin Gruno opgegaan is) slooprijp bevonden. Bewonersorganisatie Het Wilde Klupje, de gemeentelijke afdeling Monumenten en enkele politici zijn het in eerste instantie niet eens met de sloopplannen en verzetten zich. Maar de woningbouwvereniging heeft wel een punt. De woningen zijn indertijd zo goedkoop mogelijk gebouwd en er is soms gebruik gemaakt van slecht bouwmateriaal en foute constructies. De huizen zijn sterk verouderd en niet afdoende geïsoleerd. Gehorig, tochtig en vochtig. Bovendien zijn de meeste woningen naar huidige maatstaven aan de kleine kant. Samenvoegen en opnieuw renoveren wordt door Nijestee te duur geacht. Het volledig opnieuw ontwikkelen van deze A-locatie is echter goed haalbaar en brengt financieel voordeel met zich mee.

Veel bewoners hebben moeite met het totaalsloopplan. Ze wonen met plezier in het levendige volksbuurtje en genieten van de gunstige ligging tot binnenstad en voorzieningen en het bijzondere karakter van de huizen. Met de lage huurprijzen nemen ze eventuele ongemakken graag voor lief. Toch is het voor iedereen duidelijk dat woningverbetering noodzakelijk is. Door de lange periode van onzekerheid over de toekomst van het buurtje en het daarmee samenhangende gebrekkige onderhoud, dreigen bepaalde stukken te verpauperen.

Begin 2001 is er brand in de Westinghousestraat, woningen lopen rook- en waterschade op en worden onbewoonbaar verklaard en dichtgespijkerd. Uit protest wordt een deel van de huizen later met instemming van de buurt gekraakt.

De NELF Lakfabrieken bv besluit datzelfde jaar te vertrekken naar een andere locatie. Er zijn geen uitbreidingsmogelijkheden voor het goed draaiende bedrijf en men wil eventuele problemen met omwonenden voorkomen. In het verleden zijn er klachten geweest over stankoverlast en mogelijke bodemverontreiniging. De gemeente ziet wel mogelijkheden voor de ontwikkeling van het terrein. Het past goed in een toekomstig traject van een snelle busroute voor openbaar vervoer. Na verkoop aan de gemeente worden uit angst voor verloedering en krakers de fabriek en bijgebouwen zo snel mogelijk gesloopt.

In 2002 valt definitief het besluit om de meeste huurwoningen te slopen. Bepaalde huizenblokken die zich aan de rand van het gebied bevinden en die niet in bezit van Nijestee zijn worden behouden. Veel oorspronkelijke bewoners vertrekken en maken plaats voor tijdelijke bewoners. De sociale samenhang verdwijnt en de leefbaarheid in het buurtje verslechterd. In 2006 woedt er een tweede felle brand, nu aan de Paterswoldseweg. Helaas komt hierbij een bewoner om het leven.

Rense Sinkgraven, stadsdichter van Groningen 2007-2009, schrijft het gedicht ‘Emplacement’ bij de sloop. Het komt te hangen op de plek van het afgebrande pand.

Emplacement
bij de sloop van de Grunobuurt

Dit station is opgeheven.
Dit spoor loopt dood.

Nog even geur van pijptabak
en rozen rond het raam.
Het speelveld is al leeg.

Een steen gedenkt het oude
jaar. De kalender zwijgt.
De huizen slapen.

Hoor de treinen gaan.
De koffers staan klaar.

Kleine Grunostraat 2007 foto J. van der Molen

In 2007 wordt er met de sloop van een deel van de oude sociale huurwoningen begonnen waarna de grond enige jaren braak ligt. Men heeft last van de economische crisis. Rond 2010 begint men met bouwen en in 2011 is de eerste nieuwbouw gereed.

De woonblokken krijgen namen die verwijzen naar historische termen uit het spoorwezen. Als eerste worden de Statie (Grunostraat) en de Traverse (Paterswoldseweg) opgeleverd. Sloop en nieuwbouw zullen in fases verlopen over een periode van meerdere jaren. Het is de bedoeling dat er een grote diversiteit aan woningen komt, zowel huur als koop in verschillende prijsklassen. Verder is het plan dat de nieuwbouw een besloten deel van de wijk wordt met veel groen en dakterrassen, pleintjes en binnengebieden. Een en ander is sterk geïnspireerd op het oude tuindorp.

In het zuiden van de Grunobuurt zal er de komende jaren qua vernieuwing waarschijnlijk weinig gebeuren. Patrimonium lijkt de komende jaren in te zetten op behoud en onderhoud van haar woningen. Maar er is altijd beweging. Een stad is nooit af.

Bronnen:

Parkbrug 2006


Straatnamen in onze buurt

Veel van de oorspronkelijke huizen ten noorden van de Parkweg zijn ooit gebouwd voor personeel werkzaam bij de spoorwegen. Daarom zijn de straten vaak genoemd naar mensen die in de geschiedenis van belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de trein. Nieuwe woonblokken in deze kant van de wijk hebben namen die verwijzen naar begrippen uit het spoorwezen, zoals ‘Traverse’ en ‘Statie’. Twee recente straatnamen voor nog aan te leggen straten zijn de Diesel- en de Siemensstraat. De Stephensonstraat (parallel aan het spoor) staat op de nominatie om ook in naam te verdwijnen.

De meeste straten in het zuiden van de wijk zijn genoemd naar belangrijke Nederlandse wetenschappers en natuurkundigen.

Dieselstraat

Rudolf Diesel (1858 – 1913), geboren in Frankrijk als zoon van Duitse vluchtelingen. Wil een motor met een veel hoger rendement dan de stoommachine ontwikkelen. Na jarenlang experimenteren en ontwerpen vindt hij in 1897 een volwaardige, nieuwe verbrandingsmotor uit: de dieselmotor. Staat daarmee aan de basis van de dieseltrein. Groot voorvechter van het Esperanto. Verdrinkt onder verdachte omstandigheden op zee tijdens een bootreis naar Engeland.


 Grunostraat

Deze straat is genoemd naar de in 1919 door spoorwegpersoneel opgerichte woningbouwvereniging Gruno, die ook haar naam aan de rest van de wijk gegeven heeft. Deze vereniging is later opgegaan in woningcorporatie Nijestee. ‘Gruno’ is een verwijzing naar de gelijknamige mythische figuur die verondersteld werd de stichter van Groningen te zijn. Gruno zou op zijn beurt familie zijn van Friso, de stichter van Friesland.


 Hoornsediep

Met de aanleg van het Noord-Willemskanaal (1857 – 1861) worden grote delen van het Hoornsediep en het riviertje de Drentse Aa vergraven. Ook het deel langs de Grunobuurt wordt gekanaliseerd. ‘Hoorn’ of ‘horn’ verwijst naar een in het water uitstekend stuk land of een hoek bij een dijk. In dit geval een locatie aan de rand van een veenontginningsgebied ter hoogte van de huidige wijk het Hoornse Meer. In de 15eeuw wordt hier een vrouwenklooster gesticht waaruit later een buurtschap ontstaat.

straatnaam 1 Garagebedrijf Stadspark

 Garage Stadspark aan 't Hoornsediep; afgebroken t.b.v. nieuwbouw (zie foto hieronder).

 straatnaam 2 Hoornsediep 89

 Hoornsediep, 2013


Huygensstraat
Christiaan Huygens (1629 – 1695), een leidende figuur in de 17e eeuwse wetenschap. Hij gebruikte als eerste wiskundige formules in de natuurkunde en wordt daarom gezien als de eerste theoretische natuurkundige. Hij ontwikkelde de telescoop verder door. Wist als eerste het uiterlijk van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen, ontdekte de maan Titan en publiceerde als een van de eersten over de mogelijkheid van buitenaards leven. Uitvinder van het slingeruurwerk, het principe van de stoommachine en een buskruitmotor. straatnaam 3 Huygensstraat

James Wattstraat

James Watt (1736 – 1819). Deze Schotse ingenieur wordt beschouwd als de uitvinder van de moderne stoommachine. Deze ontwikkelde hij in 1784 door tot de voorloper van de stoomlocomotief. Watt is degene die ‘paardenkracht’ als eenheid van vermogen introduceerde. Later werd er een bekende internationale metrieke standaardeenheid naar hem genoemd. Hij is in 1781 tevens uitvinder van het eerste kopieerapparaat.


Kamerlingh Onnesstraat

Heike Kamerlingh Onnes (1863 – 1926), Groninger, zoon van een stenen- en dakpannenfabrikant. In 1882 door bemoeienis van vriend Hendrik Lorentz benoemd tot hoogleraar in Leiden. Ontdekte in 1911 dat zuivere metalen bij extreem lage temperaturen supergeleidend worden. Wint de Nobelprijs voor de natuurkunde in 1913 voor zijn onderzoek naar de eigenschappen van materie bij lage temperaturen, wat onder andere tot de productie van vloeibaar helium leidt.

Kamerlingh Onnesstraat


Lorentzstraat

Hendrik Antoon Lorentz (1853 – 1928) ontving in 1902 voor zijn onderzoek van magnetisme op spectraallijnen de Nobelprijs. Hoogleraar in Leiden. Deed veel theoretisch onderzoek naar elektromagnetische eigenschappen en legde o.a. de basis voor de relativiteitstheorie. Als nestor en sociale bruggenbouwer belangrijk voor andere natuurkundigen in zijn tijd. Albert Einstein verklaarde later: “Voor mij betekende hij meer dan alle anderen die ik op mijn levensweg ontmoette.”


Muntinglaan

Abraham Munting (1626 – 1683). Groninger en hier aan de universiteit verbonden als hoogleraar botanica en plantkunde. Legde zich ook toe op natuurkundige wetenschappen. Kweker en apotheker. Beheerder van de door zijn vader gestichte hortus botanicus die in de eerste helft van de 20e eeuw is verhuisd naar Haren. Auteur van onder meer de ‘Ware Beoefening der Planten’ en ‘Nauwkeurige Beschrijving der Aardgewassen’, belangrijke handboeken voor plantencultuur met prachtige gravures (Cyclaam, ed. 1696).

Muntinglaan 2 Muntinglaan 3

Parkweg

In 1912 wordt begonnen met de aanleg van het Stadspark. Directeur Gemeentewerken Jan Anthony Mulock Houwer, grootindustrieel Jan Evert Scholten en oogarts Jan Abraham Schutter staan aan de basis van dit park. De vermaarde tuinarchitect Leonard Springer maakt het ontwerp met de kenmerkende hoofdas. De Parkweg wordt in 1923 aangelegd als verbindingsweg tussen het Stadspark en de Hereweg.

Vensterschool Stadspark


Paterswoldseweg
Rond 1862 begint men met de aanleg van een nieuwe, kortere verbinding tussen Groningen en het Drentse Eelde en Paterswolde. Het eerste deel van het traject vanaf de stad, de Eelder(straat)weg, liep deels over de oude Hoornsedijk. In 1928 wordt de weg vernoemd als Paterswoldseweg.
Paterswoldseweg

Siemensstraat

Ernst Werner von Siemens (1816 – 1892), Duitser, uitvinder en grootindustrieel. Bouwer van de eerste elektrische locomotief. Droeg bij tot de uitvinding en ontwikkeling van allerlei elektrische machines en toepassingen. Stond aan het hoofd van een multinational. Was van mening dat gemotiveerde werknemers het succes van een bedrijf bepaalden en zorgde voor in die tijd uitzonderlijk goede arbeidsvoorwaarden.


Snelliusstraat

Willebrord Snel van Royen (1580 – 1626) is vooral bekend onder zijn Latijnse naam Snellius. Wis- en natuurkundige en astronoom. Hoogleraar wiskunde aan de Universiteit Leiden. Vooral bekend door de ‘Wet van Snellius’ over lichtbreking. Publiceerde veel wetenschappelijke boeken van eigen hand. Vertaalde ook en gaf werken van een groot aantal andere wetenschappers uit.

Snelliusstraat 4
straatnaam 12 Snelliusstraat Snelliusstraat uit zicht op kerk Neboflat
VBG 2  

Stephensonstraat

George Stephenson (1781 – 1848) is een Engelsman die vooral bekend is geworden door zijn belangrijke rol in het ontwikkelen van een praktisch toepasbare stoomtrein. Bouwt in 1829 ’s werelds eerste commercieel succesvolle stoomlocomotief ‘The Rocket’. Machinist, onderhoudsmonteur en uitvinder. (Stephenson’s Rocket,1829)


Van der Waalsstraat

Johannes Diderik van der Waals (1837 – 1923), hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Amsterdam. Opgeleid tot onderwijzer maar zichzelf ontwikkeld tot natuurkundige. Ontving voor zijn werk in 1910 een Nobelprijs. Theoretisch fysicus, erg belangrijk geweest op het gebied van de moleculairtheorie en op het gebied van vloeistoffen en gassen.


Leeuwenhoekstraat

Antoni van Leeuwenhoek (1632 – 1723), deze pionier in de cel- en microbiologie is vooral beroemd door zijn verbetering en ontwikkeling van de microscoop. Ontdekker van o.a. rode bloedcellen, bacteriën en spermatozoa. Daarnaast handelsman, glasblazer, landmeter en wijnroeier.


Westinghousestraat

George Westinghouse (1846 – 1914), Amerikaans ondernemer, ingenieur en industrieel. Vindt al op jonge leeftijd een roterende stoommachine en een apparaat om ontspoorde treinwagons weer op de rails te krijgen uit. Zeer bekend als uitvinder van een luchtdrukrem voor treinen. Heeft zich veel bezig gehouden met het verhogen van de spoorveiligheid. Vriend en zakenpartner van Nikola Tesla en rivaal van Thomas Edison gedurende de ontwikkeling van het Amerikaanse elektriciteitssysteem.

Logo Grunobuurt Groningen 2015 (in het groen)

 WEBREDACTIE


 ST. WIJKRAAD GRUNOBUURT

p/a Lorentzstraat 11
9727 HW Groningen

grunobuurt@gmail.com

nieuwsbrief

Klik hier om een welkomstpakketje voor een nieuwe bewoner aan te vragen

Lees de berichten uit de Grunotuin

We Helpen

Ontdek de Plek in de Grunobuurt

Op de bank bij ... in de Grunobuurt

Bekijk de website van Buurtcentrum Stadspark

Tegel sec Vrouger

Alle Nieuws sec

Lees alle Kunstnieuws uit de Grunobuurt

Over buurtpand KOPPEL

Fotogalerij

Lees over de VvE van de Bewoners van de Grunobuurt